Joop Daalmeijer over Het Nederlandse Cultuurbeleid.

 

Verslag lezing de heer Joop Daalmeijer over Het Nederlandse Cultuurbeleid.

Onder deze titel hield de heer Joop Daalmeijer op woensdag 14 december 2016 een voordracht.
Joop Daalmeijer was van 2011 tot en met begin december 2016 voorzitter van de Raad voor Cultuur.
Hij begon met een overzicht van de taken en de organisatie van de Raad. De Raad adviseert de Minister van OCW gevraagd en ongevraagd over het Nederlandse cultuurbeleid in brede zin.
Een belangrijke taak is het uitbrengen van een vierjarig advies over de Rijkssubsidies aan musea, festivals en podiumkunsten. Daarnaast worden adviezen uitgebracht over het omroepstelsel, de monumentenzorg, architectuur en vele andere onderwerpen. De Raad heeft een relatief klein bureau, de  adviezen worden voorbereid door een groot aantal adviseurs. Op elk terrein van de cultuur zijn gespecialiseerde raadsadviseurs, die elk weer een aantal commissieleden hebben die door het jaar heen voorstellingen en tentoonstellingen bezoeken.
Daalmeijer begon aan zijn taak ten tijde van het “gedoogkabinet” VVD/CDA en PVV in 2011.
De sector was net opgeschrikt door een bezuiniging van € 200 miljoen op een begroting van € 900 miljoen. Vele leden van de toenmalige Raad waren boos, nieuwe leden traden aan en ook vele commissieleden werden vervangen. Met en praktisch nieuw team moest de Raad de nieuwe realiteit vormgeven. Daalmeijer wees er op dat door de forse bezuiniging vele uitvoerende kunstenaars door de financiële bodem dreigen te zakken. Velen werken nu als zzp’er, vaak onder het minimum loon. Voor Daalmeijer een onaanvaardbare situatie. In dit kader vermeldde hij dat bijvoorbeeld een zanger van het Nederlands Kamerkoor voor een optreden € 180,00 inclusief reiskosten, ontvangt en voor een repetitie slechts € 45,00.
Voor de vierjarige Cultuurnota periode 2017-2020 waren er 118 aanvragen, die allemaal zijn beoordeeld. Daaronder ook de aanvragen van het HGO en het Orkest van het Oosten. De aanvraag van deze orkesten is in eerste instantie aangehouden en vervolgens onder de voorwaarde tot verdergaande samenwerking gehonoreerd  (ieder € 3.500.000 per jaar). Daalmeijer liet duidelijk merken dat hij weinig waardering had voor de opstelling van met name het HGO in deze problematiek.Daalmeijer ging verder in op de mogelijke toekomstige ontwikkelingen die moeten leiden tot een nieuwe structuur van subsidiëring na 2020. De komende tijd zal veel worden overlegd met provincies en gemeenten om de echte behoefte aan cultuur in de regio’s beter in kaart te brengen. De subsidiering door het Rijk zal daarbij aanvullend worden op wat de regio’s zullen doen.
Na zijn voordracht volgde een geanimeerde discussie over onder meer de verhouding in subsidies Randstad versus de regio ( volgens Daalmeijer veel minder scheef dan vaak wordt geroepen).
De voordracht werd door ca. zeventig leden bijgewoond, waarvan ruim veertig bleven dineren.

Huub Doek