Woensdagavond kegelclub

Klaas Jan Beek, Syb Bergsma, Jan Bertus, Johan Carel Bierens de Haan, Hans Erik Bok, Maarten van Dis,
Ben van Eldik, Bram de Feijter, Rutger Jan van der Gaag, Jan Jansen Schoonhoven, Maarten van Nierop,
Rogier van Nieuwenhuizen, Piet Provó Kluit, Jerry vd Weert, Eric Jan de Widt

Kegelen in oorlogstijd

de woensdagavond kegelclub in de jaren ’40- ‘47

Het archief van de woensdagavond kegelclub is in de tweede wereldoorlog verloren gegaan. Wat nog rest zijn slechts een aantal “kleine boekjes” waarin de voorzitter op alle kegelavonden de aanwezigheid van de leden noteerde en gebeurtenissen als koningschap en hoge worpen. Uit al deze boekjes, het oudst bewaarde boekje is van het jaar 1939, is dit verhaal samengesteld. Oorlogstijd is daarbij ruim genomen. De periode die wordt beschreven begint op 1 januari 1940 en eindigt  eind 1947. Een logisch moment zoals zal blijken.

Aan het begin van het oorlogsjaar, op 1 januari 1940 heeft de woensdagavond kegelclub 13 leden. Van enkele zijn in de verslaglegging de voornamen vermeld, maar de meeste worden genoemd met hun achternaam. Het zijn:
Andre de la Porte, P. Ribbius, Willem Huberts, Willem Engelberts, J.F. Versteeven, B.F. Evers, J. Smidt van Gelder, Hannema, G.A. Charbon, van de Brandeler, G. Fabius, J.H. Haga, S. Rink.

Hoewel dit nergens is vermeld neem ik aan dat de volgorde van de namen, die steeds in de verslaglegging wordt aangehouden, de volgorde van lid worden aangeeft. De laatste twee Haga en Rink zijn namelijk in de loop van 1939 lid geworden, de anderen zijn al langer lid. Hoe lang is echter niet na te gaan omdat de verslaglegging begint op 1 januari 1939.

(Even een uitstapje)Doordat enige administratie van voor 1939 ontbreekt blijft de stelling van Wim Heuff dat onze club zou zijn opgericht omstreeks 1840 onbewezen. Hij baseerde dat op ons stamkapitaal een zilveren rijksdaalder uit 1840 met de beeltenis van koning Willem II. Ook het vrijwel onleesbare kaartje dat ik wel eens heb laten zien op een kegelavond brengt geen helderheid.. Er staan weliswaar een paar data op uit de 2e helft van de 19de eeuw maar dat zijn waarschijnlijk geboortedata en van de namen die er op staan zijn er in ieder geval een aantal van leden uit de jaren na de tweede wereldoorlog. Bovendien is de kegelbaan in het oude sociëteitsgebouw aan de Koningsstrraat pas veel later aangelegd. Ik heb dus twijfels..

Maar nu terug naar 1940. De eerste kegelavond in het jaar 1940 is op 3 januari. De kegelbaan ligt achter het sociëteitsgebouw aan de Koningsstraat. Men betaalt fl 5,- baanhuur per avond. Ook is het gebruikelijk voor de kegeljongen, die naar ik aanneem in dienst is van de sociëteit, een vertering a fl 0,70  per avond te betalen. Aan het begin van het nieuwe jaar krijgt de kegeljongen een nieuwjaarsfooi, die gerelateerd is aan het aantal leden. Dit jaar dus 13×0,50=fl 6,50. Over het kegelen zelf wordt in de rapportages weinig vermeld. Er is een koning bij 3×9 zoals wij die nog kennen, die Rex wordt genoemd, en men speelt o.a. ook een spel dat “hoogste huisnummertje” heet en naar ik aanneem hetzelfde is als ons spel “telefoonnummertje”. Iedere kegelavond wordt door de voorzitter bijgehouden hoeveel poedels, negens, achten, zevens en een mysterieus aantal (r) er zijn gegooid. Die (r) intrigeert mij maar Ik heb  niet kunnen achterhalen wat daarmee wordt bedoeld. Misschien kunnen jullie mij helpen.

Op iedere kegelavond betalen de aanwezigen fl 0.25 en verder is er een ondoorgrondelijk systeem van boetes. Het lijkt erop dat men, net als nu nog bij de dinsdagavondclub gebruikelijk is, per avond  fl 1,- betaalt voor de eerste poedel die men gooit en verder boetes afhankelijk van het spel. Soms kunnen die boetes per speler behoorlijk oplopen. fl 2,- per avond, voor die tijd toch een heel bedrag komt regelmatig voor. Uit de opbrengst van de boetes betaalt men de baanhuur. Ben je een avond afwezig dan betaal je ook mee. fl 0,50 per avond, dus tweemaal zoveel als de aanwezigen. Wellicht is daar protest tegen gekomen want later is dit gelijkgetrokken met hetgeen de aanwezigen betalen en betaalt ieder fl 0,25.

Uit de verslagen blijkt dat Andre la Porte, Huberts, Evers en Haga een lage attendance hebben. Trouwe kegelaars zijn Ribbius, Smidt van Gelder, Hannema, Charbon, Fabius en Rink. Meestal zijn er op een avond 6-8 kegelaars. Een enkele maal 10. Dat wijkt dus niet echt af van wat wij gewend zijn.
Aan het begin van het jaar 1940 is Hannema koning en hij bevestigt dat nogmaals op 28 februari. Uit de rapportage, met name uit de vermelde uitslagen van het “hoogste huisnummertje”, blijkt trouwens wel dat hij met Ribbius, Charbon en Versteegen de meeste negens gooien.

Voorafgaand aan de inval van de Duitsers op 10 mei 1940 wordt er op 8 mei nog gewoon gekegeld. Maar daarna speelt men meer dan 2 maanden niet. Pas op 24 juli komt men weer bij elkaar. De kegeljongen wordt met fl 10,- schadeloos gesteld voor de 10 avonden dat men niet heeft gespeeld.en verder wordt er in de rapportage met geen woord gerept over de oorlogssituatie. Men kegelt weer gewoon verder.

13 November was een bijzondere kegelavond. Eerst wordt Hannema onttroont door Fabius en daarna wordt Hannema opnieuw koning. Het kegeljaar 1940 eindigt op 18 december want de twee woensdagen daarna is het kerst en Nieuwjaar. Er is dan relâ’che zoals de secretaris dat noemt. (=het tijdelijk ophouden).

1941, het tweede oorlogsjaar verloopt voor wat betreft het kegelen van de woensdagavondclub net als de tweede helft van 1940. Op 29 januari wordt Fabius weer eens koning. Op 20 november overlijdt van den  Brandeler. Hij wordt op 26 februari begraven en die dag wordt er niet gekegeld. Op 28 mei wordt Charbon koning. 25 juni is een bijzondere avond. Uit de rapportage maak ik op dat er een blinde gastspeler is uitgenodigd. Het is kennelijk, ondanks zijn handicap een hele goede kegelaar. Men speelt met hem 3 partijtjes die hij alle drie wint. Op 27 augustus gooit Fabius 8 om de lange en op 17 september wordt hij weer koning. Er wordt die avond trouwens helemaal zeer hoog gegooid. De verslaglegger noteert maar liefst 35 negens, 45 achten en 44 zevens. En dat alles met maar vier aanwezige kegelaars. Uit het financieel overzicht dat begin oktober ( waarschijnlijk voorafgaande aan het kegeldiner) wordt gemaakt blijkt dat la Porte, Huberts en Haga het hele jaar afwezig zijn geweest. De boete voor afwezigheid is nu echter gehalveerd en bedraagt fl 0,25 gelijk aan de verschuldigde bijdrage bij aanwezigheid. Op 19 november treedt een nieuw lid toe, de heer J.A.C. Sleyster. Hij blijkt een goede kegelaar te zijn want reeds op 17 december gooit hij bij “hoogste huisnummer” 3×9. Echter niet achter elkaar, want er is geen vermelding van koning. Sleijster blijft zoals uit het ledenoverzicht blijkt lid tot zijn overlijden op 2 februari 1976 en is daarmede degene die het langste lid van onze kegelclub is geweest.
Op 24 en 31 december is er weer relâ’che en men begint in het derde oorlogsjaar 1942 met kegelen op woensdag 7 januari.

Al gauw in het nieuwe jaar overlijdt Willem Huberts. Op 21 januari wordt hij begraven. Die dag wordt er niet gekegeld. In april overlijdt  Engelberts. Hij wordt op 22 april begraven en op die dag wordt er weer niet gekegeld.

Op 3 juni is er een nieuwe koning. Fabius, die koning is sinds 17 september 1941, wordt onttroont door Smidt van Gelder, die op 17 juni nogmaals zijn koningschap bevestigt.

En dan stopt het kegelen abrupt, want op 3 juli wordt de sociëteit op last van de Duitsers gesloten. Zelfs de boetes voor afwezigheid worden niet meer geïnd en als een pro memorie post opgenomen in het financieel overzicht. De kas a fl 326,86 wordt in afwachting van betere tijden gestort bij de gemeentelijke spaarbank te Arnhem.

Het zou meer dan 5 jaar duren voordat er weer gekegeld kon worden op de sociëteit. Als de oorlog in 1945 is afgelopen wordt namelijk het gebouw van de Groote Sociëteit aan de Koningsstraat, dat wel gespaard is gebleven, door de gemeente gevorderd. Weliswaar komen de kegelbanen met de terugloopgoot, die veilig opgeborgen waren, al in 1946 weer in het bezit van de sociëteit maar voorlopig kan er nog niet worden gekegeld. Dat moet wachten tot het gebouw aan de Jansbuitensingel 28, dat de gemeente in ruil voor het gebouw aan de Koningsstraat aan de sociëteit ter beschikking stelt, is gerenoveerd en ingericht.

Pas op 27 september 1947 wordt dat nieuwe gebouw van de Groote Societeit  geopend. Voor de kegelaars zijn er twee banen met een terugloopgoot ertussen. Wel is de baanhuur flink hoger geworden. Bovendien wordt nu ook de kegeljongen direct door de club betaald.  De baanhuur is voortaan fl 6,- per avond, de kegeljongen kost fl 3,- met nog een vertering van fl 0,70 maakt dat fl 9,70 vaste kosten per avond.

De club krijgt als vanouds weer de woensdagavond toegewezen en op 1 oktober wordt er voor het eerst weer gekegeld. Gilles Andre la Porte is op 28 juni 1946 overleden en van Hannema wordt vermeld dat hij de gemeente heeft verlaten. Van de  oude leden van de club zijn  nog over Ribbius,Versteeven, Evers, Fabius, Charbon, Rink, Smidt van Gelder en Sleijster. Nieuw treden toe de heren G.L. Croockewit en J.L.Siemens. In deze opsomming ontbreekt Haga.want hij was ook lid in 1942. Waarschijnlijk heeft hij bedankt. Zijn naam komt niet meer voor op de presentielijsten van de kegelavonden, maar hij is nog wel enkele malen gast bij latere kegeldiners.

Met zijn tienen gaat men van start. Smidt van Gelder is de oude koning. Maar op 3 december al wordt hij onttroont door Fabius. Die is kennelijk het kegelen nog niet verleerd en wordt die avond maar liefst 2x koning. Het kegeljaar eindigt op 17 december want op 24 en 31 december wordt er natuurlijk niet gekegeld. Er is weer relᾱ’che. Een goed moment om dit verhaal te beëindigen.

16 februari 2016

Jan Bertus
voorzitter woensdagavond kegelclub